Week 6
Where Television and Internet meet
Internet en televisie streven beide naar de eigenschappen die de ander bezit. Uiteindelijk zullen deze media elkaar ergens ontmoeten, maar wat er dan gebeurd is de vraag. Wat er zou kunnen gebeuren bespreekt Harry van Vliet in zijn artikel “Where Television and Internet meet…: New experiences for rich media.” Hij gaat in dit artikel in op de mogelijkheden die er bij media bestaan, waarna hij deze met elkaar verbindt. Ook bespreekt hij nog het debat dat gaande is tussen voor en tegenstanders van de vermenging van beide media
Televisie is een medium dat beschikt over multimediale kwaliteit en servicetoegang. Internet daarentegen beschikt over connectiviteit en interactiviteit. Wanneer internet meer bandbreedte zou hebben (meer servicetoegang) zou het de mogelijkheden voor televisie kunnen vergroten op het gebied van bijvoorbeeld interactiviteit. Dit zou dan moeten gebeuren in de vorm van streaming. Van Vliet ziet in dit geheel de Home Media Server (HMS) een centrale rol innemen. Dit is het apparaat dat de consument met de distributiekanalen verbindt, maar ook met elkaar. Een voorbeeld hiervan is het kunnen opnemen van een programma voor een bekende, die dit op zijn beurt van jouw persoonlijke HMS kan streamen. Dit is een vorm van Peer to Peer (P2P).
Binnen dit geheel lijkt personificatie een belangrijke rol te spelen. Niet alleen op het gebied van het selecteren van programma’s door intelligente opnamesystemen, maar ook voor het aanbieden van reclame. Advertenties die tegenwoordig op televisie worden vertoond, kosten veel geld en bereiken maar een heel klein gedeelte van de doelgroep. Een nieuwe vorm van televisie kan de mogelijkheid bieden voor nieuwe vormen van marketing, die specifiek zijn voor de kijker van een programma. Wanneer er bijvoorbeeld een sportwedstrijd wordt uitgezonden, kunnen er, zonder dat er naar een speciaal reclameblok wordt gegaan, sportspecifieke reclames worden getoond. Of mensen kunnen bijvoorbeeld door nieuwe interactiemethoden kleding kopen die acteurs in een soap dragen.
Hoewel er mensen zijn die er volledig van zijn overtuigd dat er een vermenging zal plaatsvinden van internet en televisie, zijn er ook minder positieve visies. Dit kan zijn op het gebied van technologische, economische of sociaal-culturele aspecten. Echter wanneer de media op een aantal punten misschien niet samengaan, wil dit nog niet zeggen dat ze ervoor kunnen zorgen dat ze muteren. De media internet en televisie kunnen volgens Van Vliet samengaan op de volgende punten: inhoud, technologie, bedrijven en diensten. Echter is dat op het gebied van distributie en vormen van gebruik volgens hem niet mogelijk of onwaarschijnlijker dan de vorige vier.
Ook bij dit vraagstuk over een technologische ontwikkeling, kan men stilstaan bij het debat of de technologie de maatschappij bepaald of de maatschappij de technologie. Van Vliet is echter van mening dat de consumenten nooit het beste product zullen krijgen, maar het product dat voor de bedrijven het meer winstgevend en te exploiteren is.
Hoorcollege 17-10-2006
Op 17 oktober was Elsa Gorter te gast bij het hoorcollege. Elsa werkt bij de VPRO aan het programma Holland Doc. De VPRO is volgens haar een ‘early adopter’ van de digitale mogelijkheden die bij televisie kunnen worden geïntroduceerd. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld 3voor12. Elsa was dan ook een aangewezen persoon om wat meer te komen vertellen over digitale televisie en de stand van zaken omtrent dit mediafenomeen.
Digitale televisie onderscheid zich van analoog televisie ontvangen op het gebied van aanbod. Het aanbod groeit namelijk door de digitale televisie en wordt daarbij op een andere manier georganiseerd. Andere partijen krijgen daardoor de mogelijkheid toe te treden tot de markt, met als gevolg dat er ‘amateurisatie’ plaats vindt.
Het kijken naar deze digitale televisie kan in verschillende vormen. Enhanced kijken levert verrijkende televisie op. Bij interactief kijken kan onderscheid worden gemaakt tussen het exploratief kijken, waarbij de volgorde al is bepaald en de kijker hierbinnen keuzes kan maken, of constructief, waarbij de kijker kan ingrijpen in het proces. Verder kan het televisiekijken worden depersonaliseerd.
Wil digitale televisie in een zo dichtbekabeld land als Nederland een succes worden, dan zijn er nog wel een aantal obstakels te nemen. Binnen de huidige marktsituatie is de analoge kijker in Nederland erg ‘verwend’ en is het digitale televisielandschap chaotisch. Op het gebied van regels en wetten ligt de auteurswet in de weg. Deze is namelijk moeilijk in de context van de digitale cultuur in te passen, omdat de eenvoud van opslag en reproductie ervoor zorgen dat de wet moeilijk te handhaven is. De techniek is er ook nog niet helemaal klaar voor qua bandbreedte en opslag. Verder is de consument ‘onwetend’ en faalt de politiek in het ordenen van de marksituatie en het informeren van de consument.
Werkcollege 19-10-2006
Dit werkcollege ging over drie stellingen en drie verschillende groepen die oefenen voor het einddebat. De opzet van het eerste uur van het werkcollege zag er veelbelovend uit. Er kan dan ook niet anders worden geconcludeerd dat de groepen hun uiterste best deden om goed uit de verf te komen. Hieruit vloeide goede debatten voort met groepen die aan elkaar gewaagd waren. Wat weer duidelijk werd, was dat het vormen van een blok als groep sterk overkomt op anderen. Het advies om een duidelijke lijn te kiezen als groep en elkaar de ruimte te geven, werkte voor het groepje waar ikzelf deel van uitmaakte. De openingsanekdote die door mij werd gebruikt, werkte echter niet geheel. Het hebben van een goede anekdote op het begin is belangrijk om je kijk op het onderwerp weer te geven. Echter blijft het van belang om ervoor te zorgen dat juist in dit voor te bereiden stuk, geen slechte voorbeelden of foute begrippen worden gebruikt. Mocht dit wel het geval zijn, dan kan dat ten koste gaan van je geloofwaardigheid of overtuigingskracht.
In het tweede uur werden twee nieuwe vormen uitgeprobeerd. Als eerste kwam een vorm aan bod waarbij iedereen om de beurt zijn mening mocht geven, waarna er eventueel nog een ronde werd gehouden voor de mensen die nog behoefte hadden om een opmerking te maken. Uiteindelijk zou de groep tot een consensus moeten komen zonder duidelijk op elkaar gereageerd te hebben. Dit werkte uiteindelijk wel, maar de vraag werd gesteld hoe deze vorm paste binnen het scherpe en competitief debatteren van de cursus. De laatste en tweede vorm betrof een soort van carrouselvorm. Iemand opende met binnen 30 seconden een punt te maken. Daarop mochten de eerste persoon van de tegenstander dan 30 seconden reageren en daarna in eenzelfde hoeveelheid tijd zijn eigen mening formuleren. Dit duurde totdat iedereen aan de beurt was geweest. Deze vorm zorgde voor een duidelijk overzicht van het debat, omdat er telkens werd samengevat. Ook werd er over het algemeen minder bij eenzelfde thema gebleven. Op kleine schaal zouden deze methoden kunnen worden gebruikt om te brainstormen over een onderwerp, echter lijkt het debatteren dat ter sprake kwam binnen de cursus, niet gebruik te kunnen maken van deze methoden. Daarvoor is het te moeilijk om een duidelijke voor- en tegenpartij te creëren, omdat studenten snel neigen naar een consensus.
Ground Rules
Er kwamen dit werkcollege weer een aantal punten langs die ik al heb opgenomen in mijn ground rules. Echter was er toch een nieuw leerpunt deze week, ofwel een nieuw punt voor in mijn ground rules; het geven van een voorbeeld. Het geven van een voorbeeld kan namelijk tegen je gebruikt worden in een debat of zelfs je anekdote niet geloofwaardig laten overkomen. Een voorbeeld goed gebruiken kan echter een situatie verduidelijken en voor een overtuigingskracht zorgen, daarom moeten voorbeelden altijd zorgvuldig worden gekozen.
Presentatie:
De houding of het fysiek binnen een presentatie, maar ook binnen het debat, zijn van essentieel belang. De uitstraling die je hiermee creëert, kan bepalend zijn voor de opvatting die de tegenstander over je construeert. Zoals gebleken is in het werkcollege, is het hebben van handen in de zakken of een hand voor de mond terwijl er gesproken wordt, een negatieve uitwerking heeft. Binnen dit gedeelte valt ook het hebben van een open houding, waarmee de aandacht van de tegenstander en het publiek kan worden getrokken. Verder is het van belang de persoon aan te kijken tegen wie het verhaal verteld wordt. Op deze manier heeft de persoon in kwestie een groter gevoel van betrokkenheid. Dit is ook van belang om de aandacht van het publiek erbij te houden en geeft de spreker een zelfverzekerdere houding die nodig is om een ander van een standpunt te kunnen overtuigen.
Het is bij de presentatie van de positie ten opzichte van de stelling van belang dat deze duidelijk is. Omdat er bij de stelling twee extremen mogelijk zijn, is het van belang een van deze extremen op het begin zoveel mogelijk in te nemen. Dit geeft de tegenstander minder ruimte. Duidelijk spreken, zonder het veelvuldig gebruik van het woordje ‘euh’ is een pré.
De argumentatie in de presentatie dient kort en bondig te zijn, waarbij de tijd in ogenschouw moet worden gehouden. Het komt wel eens voor dat iemand zijn punt nog niet heeft gemaakt waardoor deze mogelijkheid ook vervalt. Echter kan het ook voorkomen dat er nog veel tijd over is die benut had kunnen worden om de tegenstander te overtuigen voor een standpunt op het gebied van meerdere thema’s.
Wanneer als tweede gepresenteerd dient te worden, werkt samenvatten van wat de ander gezegd heeft verhelderend. Op deze manier kan de ander worden samengevat op een manier waardoor dit in het eigen voordeel kan werken.
Het is van belang dat, wanneer er in een groep wordt gedebatteerd, de groepsleden samen van te voren hebben afgesproken welke lijn ze binnen een debat kiezen. Op deze manier kunnen ze elkaar niet alleen ondersteunen, maar ook een punt steeds verder uitdiepen. De kans dat op deze manier het debat naar deze éénlijnige partij kantelt wordt dan groter, omdat het debat op deze manier makkelijker te sturen is.
Een voorbeeld dat gegeven wordt binnen een anekdote tijdens de presentatie van een standpunt moet éénduidige zijn. Wanneer het namelijk op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd, kan het tegen je worden gebruikt. Kies daarom je voorbeelden zorgvuldig. Deze regel geldt uiteraard ook voor het debatteren zelf.
Debatteren:
Om een duidelijk debat te voeren moeten beide partijen een duidelijke positie innemen ten opzichte van de stelling. Deze stelling zorgt daar zelf al voor, maar grijze gebieden moeten duidelijk gedefinieerd worden naar de positie van elke partij.
Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat een partij in het debat kennis van zaken heeft. De kennis kan goed gebruikt worden, vooral wanneer deze bronnen bevat. Het gebeurt nog niet veel, maar wanneer er een bron wordt gebruikt komt dit veel krachtig over. Echter moet deze bron wel duidelijk worden geven. Het is wel eens voorgekomen dat iemand zei: ”Ik heb ergens gelezen dat…, maar ik weet niet meer waar.” Dit komt totaal niet sterk over.
Het is van groot belang dat je goed luistert naar wat de tegenstander te zeggen heeft. Niet alleen om te weten waarover deze het heeft of om een tegenargument te formuleren, maar bovenal om het levend debat te houden. Wanneer er niet wordt ingegaan op wat er gezegd wordt praten mensen langs elkaar heen en vindt er in principe ook geen debat meer plaats, maar twee losse monologen. Samenvatten kan hierbij een grote hulp zijn.
Tegen iemand in blijven gaan wanneer je weet dat hij gelijk heeft, is niet zinvol. Het is juist goed om toe te geven wanneer iemand een goed punt heeft. Wat daarbij krachtig werkt is de persoon erop attent te maken op welke facetten zijn punt hiaten vertoont. Dit ontkracht zijn argumentatie enigszins.
Het aandragen van nieuwe thema’s kan in je voordeel werken. Een debat wordt vaak niet binnen een thema, bijvoorbeeld privacy, gevoerd. De stelling binnen een nieuw thema plaatsen kan een voordeel verschaffen ten opzichte van de andere partij binnen het debat. Waar een stelling namelijk op binnen sommige thema’s goed uitpakt voor de ene partij is deze binnen een andere thema meer in het voordeel van de ander.
Voorzitter:
De voorzitter een neutrale partij. Deze neutrale positie dient hij of zij dan ook op elke moment te waarborgen. Het is niet goed wanneer een voorzitter partij kiest of een argument van een partij publiekelijk afkeurt. Deze partij is nodig om het debat in goede banen te leiden en ervoor te zorgen dat deze levend blijft. Deze neutrale partij treedt verder zoveel mogelijk op de achtergrond van een debat en heeft een ondersteunende functie.
De voorzitter stelt iedereen voor aan het begin en geeft tijdens het debat beurten. Het is van belang dat deze beurten niet systematisch worden gegeven, bijvoorbeeld het rondje afgaat, maar dat de mensen die op het zojuist gemaakte punt willen ingaan. De voorzitter kan daarbij ook het debat terugbrengen naar de stelling wanneer hier teveel van wordt afgeweken, wat een tactiek kan zijn van een partij.
Verder is het bevorderlijk wanneer de voorzitter kort samenvat wat partijen te zeggen hebben. Hierdoor blijft het duidelijk welke houding partijen innemen. Echter kan de voorzitter ook te veel en te lang samenvatten. Dit verstopt het debat en komt het daardoor dan ook niet ten goede.
