woensdag, september 13, 2006

Week 1

Thema: Grondregels


Lichaamstaal binnen discussies
In het hoorcollege van 12 september 2006 hebben we gekeken naar de film 12 Angry Men. In deze film zie je een groep van twaalf mannen die deel uitmaken van een jury tijdens een proces. De groep mannen moet een jongen van achttien vrijspreken of ter dood veroordelen. Hierbij speelt de overtuigingskracht van de personages een grote rol. De film gaat dan ook geheel over de mannen die elkaar overtuigen van elkanders gelijk.

De bedoeling was om tijdens deze film op de lichaamstaal te letten van de personages en daarbij één persoon uit te kiezen. Hoewel ik wel een personage eruit zal lichten heb ik meer gelet op effectieve en minder tot niet-effectieve lichaamstaal tijdens een discussie. Ik heb deze keuze gemaakt, omdat de cursus zich in mijn ogen richt op het krijgen van een beeld over wat een goed debat is en hoe je je daarbinnen wel of niet effectief moet of kunt gedragen.

Het eerste wat me opviel bij het kijken van de film was de houding van de rechter die de juryleden hun taken uitlegt. De rechter zit er onderuitgezakt bij en straalt hierdoor desinteresse uit. Het gaat echter binnen deze rechtzaak om het leven van een persoon, maar de houding van deze rechter lijkt de toon van het begin van de jury wel vorm te geven. Bij de eerste stemming over het schuldig bevinden van de jongen stemmen elf mannen voor schuldig en één enkele niet schuldig. Het lijkt de mannen niet erg te interesseren om nog eens goed na te denken over het proces dat gevoerd is. Daarmee is niet gezegd dat dit het gevolg is van de houding van de rechter, maar dezelfde lakse houding wordt door het gros van de juryleden overgenomen.

In de discussie die op deze eerste stemming volgt zal de persoon die in de desbetreffende stemming niet schuldig stemde, de rest van zijn standpunt overtuigen. Echter zijn er enkele handelingen die vaak terugkomen binnen deze discussie. Hoewel het ook met het verbale te maken heeft, speelt begrip tonen een rol in het effectief overtuigen van iemand. Het verplaatsen in de situatie van een ander lijkt ook erg belangrijk binnen een discussie, omdat mensen wellicht persoonlijke belangen laten meewegen en er ook zo affiniteit ontstaat tussen personages.

Verder viel het op dat wanneer een persoon in de minderheid is, er meer mensen naar hem zullen luisteren wanneer hij een goede redevoering heeft en de kans daarbij groter is iemand van de tegenpartij te overtuigen. Echter kan de meerderheid er ook voor kiezen deze persoon of personen te negeren. Dit gebeurde veelvuldig binnen de film door het ontwijken van de blik van de persoon die het woord voert. Een extreem voorbeeld hiervan is te vinden richting het einde van de film wanneer zo goed als alle mannen opstaan en met de rug naar de man gaan staan die een onbenullige redevoering heeft. Het personage krijgt op deze manier het gevoel dat hij tegen een muur zit te praten. Er wordt ook gebruik gemaakt van het optillen van de wenkbrauwen. Het optillen gebeurt vaak wanneer een personage zijn gezicht iets naar beneden kantelt, alsof hij de persoon waartegen hij praat letterlijk wil doordringen. Hetzelfde geldt voor het wijzen naar een ander tijdens het spreken.

Als krachtige lichaamstaal behoort het uitstralen van rust. Dit geeft een gevoel van zelfvertrouwen van het personage. De persoon die uiteindelijk iedereen weet te overtuigen onttrekt zich dan ook soms uit een discussie wanneer er voor hem geen winst te halen is wanneer hij zou spreken. Ook speelt het aankijken van de juiste persoon een duidelijke rol in het overtuigen van iemand; het maakt de redevoering persoonlijker. Maar zoals al eerder genoemd kan de persoon waartegen gesproken wordt ook ervoor kiezen om zijn blik af te wenden.

Een van de personages die mij persoonlijk opviel, was de oudere man die de gehele tijd met een zakdoek in de weer was. Wanneer hij sprak stond hij op en liep hij rond de tafel. Op deze manier maakte hij zich groter en leek hij zijn tegenstanders te willen omsingelen. Ook het uitstrekken van de armen en het over iemand anders heen buigen, werd gebruikt om groter te lijken dan een ander. Echter wanneer de redevoering van deze desbetreffende persoon niet sterk was en wanneer hij de moeite niet meer neemt om op te staan en zich fysiek groter te maken, keert de rest hem letterlijk de rug toe.

Het moge duidelijk zijn dat lichaamstaal een rol speelt binnen een discussie. In dit specifieke geval kan er geconcludeerd worden dat de rol van de lichaamstaal groot is en in combinatie met een goede redevoering doorslaggevend kan zijn. Intimidatie van de tegenstander lijkt op de lange termijn niet te overwinnen. Juist een rustige zelfverzekerde manier van discussievoeren heeft in dit geval aan het langste eind getrokken.


Stelling 14-09-2006
Videogames moeten net als muziek digitaal verspreid worden.

Muziek wordt tegenwoordig meer gekocht via het internet dan via de cd-winkels. Dit biedt ook de mogelijkheid om eigen nummers op te nemen en te verspreiden. XboxLive heeft getoond dat het verspreiden van digitale content een succes kan zijn. Met hun Marktplace hebben ze al miljoenen betaalde en onbetaalde content verspreid, van gehele games tot demo’s of trailers. Door het digitaal verspreiden ontstaan er nieuwe mogelijkheden wat betreft de beveiliging, homebrew software en prijsbepaling.


Werkcollege 14-09-2006
In het eerste werkcollege werd er gelijk van start gegaan met het debatteren. Het ging erom te leren hoe je een stelling brengt, alvorens de discussie los kan barsten. De manier waarop je deze stelling ten opzichte van de andere deelnemers van het debat brengt, heeft invloed op het vervolg van het debat en de sterkte van je positie daarbinnen. Ik zal dan ook aan het einde van de evaluatie mijn ‘ground rules’ herzien en ze opdelen in twee groepen: presentatie en discussie.

In het werkcollege moest iedereen binnen een minuut zijn of haar stelling voordragen en deze toelichten, daarna was er een minuut de tijd om daarop te reageren voor de rest van de groep. Verder werden er twee voorzitters aangewezen, die de tijd in de gaten moesten houden en de beurten moesten verdelen, en juryleden die uiteindelijk binnen drie rondes drie winnaars moesten aanwijzen. Deze winnaars werden, zo zou blijken, voornamelijk gekozen op basis van een goede presentatie.

Tijdens de presentaties van de stellingen viel het volgende op. Goed werkt: duidelijk spreken en beargumenteren, een open houding ten opzichte van de groep, kort en bondige inleiding. Niet goed werkt: vage argumentatie, veel ‘euh’ gebruiken tijdens het nadenken. Dit zal ik meenemen in mijn nieuw te formuleren ‘ground rules’.


Ground Rules
In het verleden heb ik vaker gekeken naar Het Lagerhuis en zo nu en dan wilde het vragenuurtje van de Tweede Kamer ook nog wel eens op de beeldbuis verschijnen. Om tot grondregels voor een goed debat te komen, zou ik graag op deze discussies willen reflecteren. Echter liggen deze erg ver en vervaagd in mijn geheugen. Er is daarentegen wel een discussie tussen twee politici bij het programma Nova die me is bijgebleven.

Deze discussie betrof de energievoorziening binnen Nederland. Een van de deelnemers was dhr. Brinkhorst, de ander maakte deel uit van de PvdA. Hoewel ik kan uitweiden over de inhoud van het onderwerp, viel mij juist de houding en redevoering van beide personen op. Deze lagen lijnrecht tegenover elkaar. Daar waar toenmalig minister Brinkhorst vooral steun zocht bij de status van zijn functie, en de daarbij schijnbaar horende wijsheid, viel de ander terug op zijn kennis van zaken. Elk argument van de minister wist hij ter discussie te stellen of onderuit te halen. Nu moet gezegd worden dat de minister dan ook niet veel meer moeite deed dan een ‘als ik het zeg dan zal het wel goed zijn voor iedereen’-houding aan te nemen. Hij voerde achterovergezakt in zijn stoel de discussie, terwijl de ander voorovergebogen over de tafel heen zat en geen spaan van hem heel liet. Dit leek de minister weinig te interesseren. Een goede vraag op dit moment is: “Wat maakt een debat goed?” Hoe bepaal ik of het debat van Nova een goed of een slecht debat is. Dit is waar ik mijn grondregels voor nodig heb; een maatstaf die ik in het verloop van de cursus waarschijnlijk bij zal stellen. Afgeleid van de film die getoond werd in het openingscollege en het debat bij Nova kan ik op dit moment een aantal positieve en negatieve kenmerken opstellen die een debat maken of breken. Belangrijk voor een goed en aantrekkelijk debat is het hebben van twee partijen die elk een andere, en het liefst tegenovergestelde, houding innemen ten opzichte van het fenomeen. Alleen op deze manier kan er een zinnige en verdiepende discussie worden gevoerd. Binnen deze discussie moeten er mensen aanwezig zijn met kennis van zaken, en die over een duidelijke redevoering beschikken. Dit vormt op dit moment in mijn ogen de fundering van een goede en dus nuttige discussie.

Een discussie loopt echter spaak als beide partijen weigeren naar elkaar te luisteren; niet voor rede vatbaar zijn. Beide dienen open te staan voor wat de ander te vertellen heeft. Het kan het ook fout gaan op het gebied van betrokkenheid bij het onderwerp. Emotie en persoonlijke belangen zijn belangrijke elementen, maar mogen niet de algehele overhand krijgen. Het is dus van belang dat er ook een neutrale partij aanwezig is die de discussie op een of andere manier kan controleren, zodat deze op een efficiënte wijze gevoerd kan worden.