Week 7
Om de cursus actief af te sluiten met de studenten binnen de gehele cursus, werd er op dinsdag 24 oktober een einddebat gehouden. De opzet was dat er acht groepen van vier personen die weer verdeeld waren over drie verschillende werkgroepen met elkaar in debat gingen. De stellingen voor dit debat waren door de docenten van te voren op het platform WebCT bekend gemaakt. Echter streden niet alleen de groepen op in de finale te komen, de vier groepjes voorzitters maakte kans om het finaledebat te mogen leiden.
Na de eerste ronde werd duidelijk dat met name werkgroep 1 over het algemeen de betere debatvoerders in zich had. Dit werd pijnlijk zichtbaar doordat alle drie de groepen uit deze werkgroep bij de laatste vier overbleven. Het verschil zat voornamelijk in de vorm waarop het debat gevoerd werd. De “1”-groepen kozen een gezamenlijke lijn die zij voorzetten en probeerde uit te bouwen, waar andere groepen soms allerlei kanten op schoten. Maar ook het vasthouden aan een onderwerp of lijn bleek niet altijd positief. Zo probeerde een groep in het laatste debat van de eerste ronde het eindelijk eens om het niet over het inmiddels uitgemolken onderwerp privacy te hebben. Ze trachten een ander thema aan te snijden. Helaas viel de tegenstander weer terug in het oude thema en hielpen de voorzitters niet echt mee om een nieuw en op dat moment verfrissend thema aan te snijden.
De halve finales werden weer overheerst door de groepen uit werkgroep 1. Ze leken zich beter te hebben voorbereid en de stellingen te hebben afgebakend. Het werd dan ook soms pijnlijk duidelijk dat uitspraken die zo goed als nergens op steunde, in verloop van tijd veel geloofwaardigheid konden verliezen, waardoor groepen verstrengeld raakten in hun eigen argumentatie. Tot uitspraak van het debat wil ik uitroepen: “Als je virtuele sex hebt, dan heb je tenminste sex!” Verder maakte ik deel uit van het winnende team dat naar mijn inziens vooral zijn overwinning heeft te danken aan de tijd en moeite die is gestoken in het voorbereiden van alle stellingen en niet alleen die van de eerste ronde. Punt Uit!
Evaluatie
Het laatste werkcollege van de cursus werd gebruikt om te evalueren. Wat hadden wel in het algemeen opgestoken? Welke punten moest zeker in je ground rules worden opgenomen? Hoe werd het einddebat ervaren en welke punten waren te verbeteren? Verder werd er in het tweede gedeelte van het werkcollege aandacht besteed aan een laatste debat. Op voorstel van Michiel zou dit plaatsvinden zonder voorzitter.
Ten eerste werd het einddebat besproken. Thomas was van mening dat iedereen die deel had genomen in het einddebat toe had gepast wat hij of zij in de cursus geleerd had en dat iedereen goed voorbereid was. Na al het oefenen tijdens de werkgroepen kon dit natuurlijk niet achterwege gelaten worden. Echter bleek dat de andere werkgroep hier veel minder mee geoefend had, waardoor het verschil bij het einddebat wellicht een beetje te verklaren is. Het einddebat was ook erg kort. Normaliter was er drie uur voor gepland, maar dit jaar was het met het oog op de kosten in twee uur gepropt. Dit zorgde voor een gehaaste sfeer, waardoor niet iedereen goed zijn zegje kon doen. Verder was het van belang dat je het debat, terwijl het gaande was, naar je toe probeerde te kantelen. Er werd ook nog geopperd dat met een dergelijke vorm moeilijk tot een consensus gekomen kon worden. Maar bij wetenschap draait het juist om de verschillen, en bij een dergelijke vorm komt dat goed tot zijn recht. Vandaar dat er bij de cursus gekozen is voor een dergelijke vorm. Ten slotte gingen de meeste mensen staan wanneer er gesproken werd. Dit was niet afgesproken, maar wel goed. Aangezien ik als eerste het woord kreeg tijdens het einddebat, kan ik concluderen dat het een goede keuze was om te gaan staan.
De bespreking van de ground rules wil ik onder dat kopje bewaren, en die zullen daarom hieronder besproken worden. In het laatste werkcollege kreeg iedereen ook nog een laatste commentaar op zijn blog. Ik moest mijn bespreking van lezingen en artikelen meer met elkaar verbinden. Dit heb ik wel nog geprobeerd te doen, de vraag blijft echter in hoeverre dit gelukt is. Er waren namelijk problemen met het aanpassen van post op mijn blog, vanwaar ik ervoor gekozen heb om het eerst helemaal in een tekstbestand, die we op papier moeten inleveren, uit te werken. Hierdoor kan er natuurlijk geen commentaar meer worden geleverd op mijn nieuwe ontwikkelingen. Verder was er een gebrek aan het plaatsen van de discussie in een groter wetenschappelijk debat en ontbrak het aan begrippen. Ook dit heb ik zover de tijd toeliet proberen te verbeteren.
Nadat iedereen aan de beurt was geweest vond er een laatste debat plaats. Dit debat betrof de aankoop van YouTube door Google. De vraag was echter of dit een slimme aankoop was geweest. Zoals hierboven al vermeld, vond dit debat plaats zonder voorzitter. En door het debat heen was goed te merken dat we de afgelopen weken veel hadden gedebatteerd, want de rol van voorzitter werd eigenlijk onder iedereen verdeeld. Er was veel wederzijds respect en er werd ook veel plezier beleefd aan het debatteren met elkaar. Er waren een paar mensen op het begin van het debat voor de stelling dat Google er goed aan had gedaan YouTube te kopen, en er waren er evenveel tegen. De overige personen moest naar verloop van tijd een kant kiezen op basis van hun argumenten. Tijdens het debat mocht er ook worden overgelopen naar de andere kant. Eigenlijk gebeurde dit overlopen zeer weinig, hoewel de tegenpartij naar verloop steeds meer aanhang begon te winnen. Zij hadden dan ook betere argumenten, een duidelijke lijn als groep en goed gebruik van bronnen. Hier werd weer duidelijk dat het toepassen van de ground rules essentieel is voor het winnen van een debat.
Groundrules
In het laatste college werden de algemene ground rules die waren samengesteld door de docenten doorgenomen. Hoewel deze zo goed als hetzelfde waren als die van vorig jaar waren er een aantal puntjes toegevoegd. Dit waren punt 9 en 10. Ik heb mijn eigen ground rules en de algemene onder elkaar gezet. Er zijn verschillen, in bijvoorbeeld de opdeling, maar ook een hoop overeenkomsten. Dit betekend voornamelijk dat door de cursus heen naar deze algemene round rules is toegewerkt.
Presentatie:
De houding of het fysiek binnen een presentatie, maar ook binnen het debat, zijn van essentieel belang. De uitstraling die je hiermee creëert, kan bepalend zijn voor de opvatting die de tegenstander over je construeert. Zoals gebleken is in het werkcollege, is het hebben van handen in de zakken of een hand voor de mond terwijl er gesproken wordt, een negatieve uitwerking heeft. Binnen dit gedeelte valt ook het hebben van een open houding, waarmee de aandacht van de tegenstander en het publiek kan worden getrokken. Verder is het van belang de persoon aan te kijken tegen wie het verhaal verteld wordt. Op deze manier heeft de persoon in kwestie een groter gevoel van betrokkenheid. Dit is ook van belang om de aandacht van het publiek erbij te houden en geeft de spreker een zelfverzekerdere houding die nodig is om een ander van een standpunt te kunnen overtuigen.
Het is bij de presentatie van de positie ten opzichte van de stelling van belang dat deze duidelijk is. Omdat er bij de stelling twee extremen mogelijk zijn, is het van belang een van deze extremen op het begin zoveel mogelijk in te nemen. Dit geeft de tegenstander minder ruimte. Duidelijk spreken, zonder het veelvuldig gebruik van het woordje ‘euh’ is een pré.
De argumentatie in de presentatie dient kort en bondig te zijn, waarbij de tijd in ogenschouw moet worden gehouden. Het komt wel eens voor dat iemand zijn punt nog niet heeft gemaakt waardoor deze mogelijkheid ook vervalt. Echter kan het ook voorkomen dat er nog veel tijd over is die benut had kunnen worden om de tegenstander te overtuigen voor een standpunt op het gebied van meerdere thema’s.
Wanneer als tweede gepresenteerd dient te worden, werkt samenvatten van wat de ander gezegd heeft verhelderend. Op deze manier kan de ander worden samengevat op een manier waardoor dit in het eigen voordeel kan werken.
Het is van belang dat, wanneer er in een groep wordt gedebatteerd, de groepsleden samen van te voren hebben afgesproken welke lijn ze binnen een debat kiezen. Op deze manier kunnen ze elkaar niet alleen ondersteunen, maar ook een punt steeds verder uitdiepen. De kans dat op deze manier het debat naar deze éénlijnige partij kantelt wordt dan groter, omdat het debat op deze manier makkelijker te sturen is.
Een voorbeeld dat gegeven wordt binnen een anekdote tijdens de presentatie van een standpunt moet éénduidige zijn. Wanneer het namelijk op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd, kan het tegen je worden gebruikt. Kies daarom je voorbeelden zorgvuldig. Deze regel geldt uiteraard ook voor het debatteren zelf.
Debatteren:
Om een duidelijk debat te voeren moeten beide partijen een duidelijke positie innemen ten opzichte van de stelling. Deze stelling zorgt daar zelf al voor, maar grijze gebieden moeten duidelijk gedefinieerd worden naar de positie van elke partij.
Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat een partij in het debat kennis van zaken heeft. De kennis kan goed gebruikt worden, vooral wanneer deze bronnen bevat. Het gebeurt nog niet veel, maar wanneer er een bron wordt gebruikt komt dit veel krachtig over. Echter moet deze bron wel duidelijk worden geven. Het is wel eens voorgekomen dat iemand zei: ”Ik heb ergens gelezen dat…, maar ik weet niet meer waar.” Dit komt totaal niet sterk over.
Het is van groot belang dat je goed luistert naar wat de tegenstander te zeggen heeft. Niet alleen om te weten waarover deze het heeft of om een tegenargument te formuleren, maar bovenal om het levend debat te houden. Wanneer er niet wordt ingegaan op wat er gezegd wordt praten mensen langs elkaar heen en vindt er in principe ook geen debat meer plaats, maar twee losse monologen. Samenvatten kan hierbij een grote hulp zijn.
Tegen iemand in blijven gaan wanneer je weet dat hij gelijk heeft, is niet zinvol. Het is juist goed om toe te geven wanneer iemand een goed punt heeft. Wat daarbij krachtig werkt is de persoon erop attent te maken op welke facetten zijn punt hiaten vertoont. Dit ontkracht zijn argumentatie enigszins.
Het aandragen van nieuwe thema’s kan in je voordeel werken. Een debat wordt vaak niet binnen een thema, bijvoorbeeld privacy, gevoerd. De stelling binnen een nieuw thema plaatsen kan een voordeel verschaffen ten opzichte van de andere partij binnen het debat. Waar een stelling namelijk op binnen sommige thema’s goed uitpakt voor de ene partij is deze binnen een andere thema meer in het voordeel van de ander.
Voorzitter:
De voorzitter een neutrale partij. Deze neutrale positie dient hij of zij dan ook op elke moment te waarborgen. Het is niet goed wanneer een voorzitter partij kiest of een argument van een partij publiekelijk afkeurt. Deze partij is nodig om het debat in goede banen te leiden en ervoor te zorgen dat deze levend blijft. Deze neutrale partij treedt verder zoveel mogelijk op de achtergrond van een debat en heeft een ondersteunende functie.
De voorzitter stelt iedereen voor aan het begin en geeft tijdens het debat beurten. Het is van belang dat deze beurten niet systematisch worden gegeven, bijvoorbeeld het rondje afgaat, maar dat de mensen die op het zojuist gemaakte punt willen ingaan. De voorzitter kan daarbij ook het debat terugbrengen naar de stelling wanneer hier teveel van wordt afgeweken, wat een tactiek kan zijn van een partij.
Verder is het bevorderlijk wanneer de voorzitter kort samenvat wat partijen te zeggen hebben. Hierdoor blijft het duidelijk welke houding partijen innemen. Echter kan de voorzitter ook te veel en te lang samenvatten. Dit verstopt het debat en komt het daardoor dan ook niet ten goede.
Alegemen ground rules
Grondregels voor een goed debat:
Er moet een scherpe stelling of vraag geformuleerd worden, waar zowel sterke argumenten voor als tegen te bedenken zijn. Dit maakt het mogelijk om de verschillende kanten van een probleem uit te diepen (en de voors en tegens op een rij te zetten).
De stelling of vraag dient voorafgaande aan het debat geïntroduceerd te worden en tijdens het debat voor alle deelnemers zichtbaar te zijn. Dit moet er voor zorgen dat het debat over hetzelfde thema blijft gaan en de deelnemers niet te veel afdwalen.
De voorzitter dient neutraal te zijn, wat wil zeggen dat de voorzitter zelf niet deelneemt aan het debat.
De voorzitter dient de verschillende deelnemers in het debat de mogelijkheid te geven om hun bijdrage te leveren. Dit betekent dat de voorzitter goed bijhoudt wie wil spreken en langdradige en overbodige bijdragen afkapt.
De voorzitter moet ervoor zorgen dat de deelnemers aan het debat de oorspronkelijke vraag of stelling goed in de gaten houden. Dit betekent dat de voorzitter ingrijpt wanneer de discussie een totaal andere richting opgaat.
De voorzitter dient de voortgang van de discussie te bevorderen door in te grijpen wanneer de discussie vastloopt en de deelnemers aan het debat hun standpunt blijven herhalen. Dit kan de voorzitter doen door kort het meningsverschil uiteen te zetten en een voorstel te doen voor verdere discussie.
De voorzitter zorgt dat het debat levendig is, maar niet uit de hand loopt. Dit kan de voorzitter doen door provocerende vragen te stellen wanneer het debat vastloopt, of de deelnemers tot rust te manen wanneer de gemoederen te verhit raken. Een korte samenvatting van de naar voren gebrachte argumenten kan verhelderend werken.
De deelnemers aan het debat moeten de mogelijkheid krijgen om hun standpunt naar voren te brengen. Dit betekent dat ze voldoende tijd krijgen (bijvoorbeeld een van te voren vastgestelde tijd). Verder dienen deelnemers elkaar niet in de reden te vallen.
De deelnemers aan het debat dienen respect voor elkaar op te brengen. Zij beledigen elkaar dus niet en luisteren goed naar de argumenten van de ander. Dit kan worden bevorderd door iedere deelnemer te verplichten om eerst het argument van de ander samen te vatten voordat een tegenargument wordt gepresenteerd.
De deelnemers dienen een bron te vermelden wanneer zij een feitelijke uitspraak doen. Dit maakt het voor de andere deelnemers mogelijk om uitspraken te verifiëren. Bovendien voorkomt het dat er ongefundeerde uitspraken worden gedaan.
Grondregels voor goed presenteren:
Bereid je goed voor! Als je je argumenten op een rij hebt en de belangrijkste publicaties en feiten over een onderwerp kent, dan word je in een debat niet snel overbluft.
Vat de argumenten van je tegenstanders in het debat kort samen. Dit geeft aan dat je goed hebt geluisterd naar de ander. Bovendien geeft het je de mogelijkheid de aandacht te vestigen op specifieke punten uit het betoog van de ander. Dit kan dan vervolgens een mooie brug vormen voor je eigen argument.
Maak aantekeningen van de argumenten die de andere deelnemers naar voren brengen. Dit maakt het mogelijk om deze argumenten samen te vatten en hier systematisch op terug te komen.
Spreek rustig en duidelijk. Neem een actieve houding aan en gebruik je handen om je argument kracht bij te zetten (doe dit alleen op strategische momenten). Kijk rond en maak veel oogcontact. Dit geeft je boodschap extra kracht.
Als je vind dat de ander een goed punt heeft gemaakt, moet je dit aangeven. Doe dit wel aan het begin van je betoog om vervolgens aan te geven op welke punten je het niet met de ander eens bent.
Introduceer duidelijk je argument. Doe dit door in je betoog een helder onderscheid te maken tussen de uitleg van je argument en het argument zelf. Probeer je argument in één kernzin samen te vatten.
Let goed op de tijd! Dit wil zeggen dat je zo optimaal mogelijk gebruikmaakt van de tijd die je krijgt. Als je weinig tijd hebt, moet je die vooral besteden aan het stevig neerzetten van je argument. Als je echter veel tijd hebt, kun je die bijvoorbeeld gebruiken voor een introductie, het verschaffen van achtergrondinformatie en het samenvatten van de argumenten van de andere deelnemers. Hou wel de structuur van je betoog in de gaten, de andere deelnemers moeten kunnen begrijpen waar je met je verhaal naartoe wilt.
Geef het initiatief niet uit handen door meteen vragen te stellen aan je tegenstanders in het debat (retorische vragen kunnen natuurlijk wel strategisch worden ingezet).
Kom niet met losse argumenten, maar bepaal van te voren een argumentatielijn. Probeer het onderwerp dat door de stelling of vraag ter discussie wordt gesteld zo te presenteren dat deze lijn logisch en vanzelfsprekend lijkt.
Gebruik concrete voorbeelden om je argumenten te illustreren. Hou wel in de gaten dat een voorbeeld tegen je gebruikt kan worden. Zorg dan ook dat het gekozen voorbeeld slechts op één manier geïnterpreteerd kan worden.


1 Comments:
Beste Ward,
Ik heb gekeken naar je blog en kan stellen dat je een hele fijne/duidelijke schrijfstijl hebt. Toch heb ik nog een aantal puntjes die naar mijn mening beter kunnen:
- Ik vind dat je de gastcolleges wel meer mag samenvatten, je neemt afstand van de colleges en praat over het onderwerp op zichzelf. Verwijs daarbij ook naar het artikel van die week, maar laat de gastsprekers ook vaker terugkomen in je verhaal.
- Gebruik bronnen
- Verdeel alle blogs per week op 1 site, zelf moet ik dat ook nog doen, maar het is dan overzichtelijker!
- Maak je blogs wat vrolijker, bijvoorbeeld toepasselijke plaatjes.
Dit was het tot zo ver.
Mvg,
Rik van Schaaik
Een reactie posten
<< Home