dinsdag, september 26, 2006

Week 3

Thema: Hoe leid je een debat?


Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My Long and Winding Path as a Copyright Activist-Academic
In het artikel van Kembrew McLeod “Confessiosn of an IIellectual (Poperty): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My long and Winding Path as a Copyright Activist-Academic” wordt het verschil in het toepassen van de auteurswet in theorie en praktijk uiteengezet. In het jaar 2004 bracht de hip-hop artiest Danger Mouse zijn Grey Album uit. Dit album bestond volledig uit samples, waardoor er commotie ontstond onder de platenbazen en de oorspronkelijke artiesten.

Op het Grey Album werden de albums van Jay-Z (Black Album) en The Beatles (White Album) met elkaar versmolten. Het probleem is echter dat sampling niet wordt toegestaan, ook al wordt hiervoor betaald. Daarentegen wordt het zelf opnemen van een bestaand nummer na het betalen van een licentie wel getolereerd. Waar ligt dan het probleem in deze zaak? De auteur van het artikel koos ervoor de proef op te som te nemen en te kijken in hoeverre de wet in de praktijk zou worden doorgevoerd.

Wanneer McLeod in de geschiedenis kijkt stuit hij op een opmerkelijk feit. The Beatles hebben voor het creëren van hun eigen werk ook samples gebruikt en daarvoor waarschijnlijk niets betaald. Maar nu ditzelfde gebeurd met hun eigen werk, probeert de groep en hun platenmaatschappij dit met alle macht en invloed die ze hebben, te voorkomen. In het hoorcollege kwam ook al ter sprake dat Disney als bedrijf ook samples gebruikt van sprookjes en deze herdefinieert. Maar het bedrijf verlengt ieder jaar wederom de auteurswet om te voorkomen dat hun eigen producten worden gebruikt als samples. Leven we dan niet een hypocriete cultuur?

Theodor Adorno was van mening dat populaire muziek simplistisch was en dat het bestond uit gemakkelijk door elkaar te vervangen componenten. Dergelijke muziek zou volgens hem dus ideaal te gebruiken moeten zijn om te samplen. En waarom niet? De auteurswet schrijft echter voor dat er een nieuw en oorspronkelijk product moet ontstaan. Maar de wet kan dit zelf niet op een of andere manier zelf controleren. In praktijk heb je daar mensen voor nodig die de wet interpreteren. Wanneer mediaconglomeraten door het gebruik van hun macht en geld druk uit kunnen oefenen op kleine partijen om ze op deze manier uit de markt te drukken, kan er in mijn ogen gesproken worden van een verstoorde concurrentiemarkt.

Sampling, zoals duidelijk wordt in het artikel van McLeod, bestaat al geruime tijd. Echter probeert men zich nu krampachtig vast te houden aan een auteurswet die met de komst van een digitale cultuur onder druk komt te staan. De handhaving lijkt met de nieuwe distributiemethoden een steeds groter probleem te worden. Wanneer iedere schakel in het netwerk de mogelijkheid van distributie geboden krijgt, is het nodig om opnieuw na te denken over het fenomeen copyright. Het paradigma van het copyright staat onder druk, wellicht kan dat in de toekomst veranderen en ontstaat er een nieuw paradigma met betrekking tot intellectuele eigendommen.

Hoorcollege 26-09-2006
Voor het hoorcollege van week drie was Tim Kuik van Stichting Brein uitgenodigd. Hij kwam een verhaal vertellen over het beschermen van intellectuele eigendommen, maar wat de aanwezigen het meest zal zijn bijgebleven is de discussie achteraf.

Om te beginnen had Kuik de verkeerde presentatie bij zich genaamd: "The art of protecting the creative." Stichting Brein houdt zich bezig met de bescherming van alle intellectuele eigendommen behalve die van de businesssoftware. Ze houden zich niet bezig met oplossingen voor het beschermen van intellectuele eigendommen, maar de handhaving van de regels en wetten omtrent deze eigendommen. Het auteursrecht houdt in dat mensen het intellectueel eigendom van anderen niet openbaar mogen maken of verspreiden. Een kopie voor eigen gebruik is echter wel toegestaan.

Het debat begon over het beschermen van het creatieve. Kuik legt uit dat mensen in de fout gaan wanneer zij anderen een "economisch waardeerbaar eigendom" ontnemen. Ze zullen wanneer ze gebruik maken van andermans zaken met een "nieuw oorspronkelijk product" moeten komen. Na nog een aantal vragen uit de collegezaal komen we telkens terug bij dat "nieuw oorspronkelijk product". Dit wilde Kuik zelf niet definiëren of specificeren, waardoor de discussie nutteloos werd en daardoor spaak liep. En zo zou het debat zich voorzetten; vragen waarop studenten wel antwoorden krijgen, hebben een vrij te interpreteren uitleg. Voor die duidelijke uitleg beroept Kuik zich dikwijls op de rechter; die de beslissingen daarover moet nemen. Uit de discussie kunnen daarom weinig conclusies worden getrokken behalve dan dat Kuik kan "lullen als Brugman" en luisteren naar een vraag, en daar een direct antwoord op geven, niet binnen zijn debat keuzes en/of kwaliteiten behoort.

Werkcollege 28-09-2006
Het werkcollege van 28 september was net als alle andere werkgroepen in twee delen verdeeld. In het eerste deel werd er weer geoefend met debatteren in een andere opstelling ten opzichte van vorige week en in het tweede gedeelte was het de beurt aan de mensen die in die week een debat moest organiseren.

Aan het begin van het werkcollege werden de punten die de week ervoor onder de aandacht waren gekomen, samengevat. Deze had ik al in mijn “ground rules” verwerkt en wil deze daarom niet verder noemen deze week. De oefening van het werkcollege betrof een debat tussen twee personen. De een deponeerde een stelling waarop de ander reageerde, net zoals dit vorig werkcollege gebeurde. Echter werden er ditmaal twee extra personen aangewezen: een voorzitter en een procesbewaker. De eerste moest het debat leiden, terwijl de laatstgenoemde juist op het gebruik van de “ground rules” lette.

Ik nam in het debat de rol aan om de stelling aan te vallen. De stelling luidde: De Grey Album van Danger Mouse is volgens de Nederlandse auteurswet rechtmatig. In het commentaar op mijn keuzes tijdens het verwerpen van deze stelling, viel op dat ik mijn tegenstander in het begin teveel ruimte liet. Ik begon het debat niet met het uiterste standpunt, maar koos al een beetje een middenweg. Hierdoor kreeg de ander genoeg ruimte om mij weer aan te vallen. Er ontstond echt wel een goede en open discussie door deze houding, maar dat had later ook gekund. Verder viel er nog op dat je handen voor je mond houden tijdens een debat niet goed werkt, je handen uit je zakken moet laten en niet teveel naar het papier moet staren. Echter is het aansnijden van nieuwe thema’s en de stelling in een breder debat plaatsen wel bevorderlijk.

Ground Rules
Ik zal nieuwe punten naar aanleiding van werkcolleges en eventuele hoorcolleges markeren met vet.

Presentatie:
+ een open houding
+ duidelijke stelling
+ duidelijk spreken
+ kort maar krachtig zijn; bondig
+ zelfverzekerde houding
+ samenvatten van je voorganger
+ de tijd die je hebt in de gaten houden
- vage argumentatie
- veel gebruiken van ‘euh’
- neerslaan ogen

Debatteren:
+ goede houding
+ twee partijen met een ander standpunt ten opzichte van de stelling
+ kennis van zaken
+ luisteren naar elkaar
+ de aanwezigheid van een neutrale partij die de discussie leidt
- niet ingaan op wat de andere gezegd heeft
+ je tegenpartij gelijk geven wanneer dit zo is
+ als voorzitter iedereen voorstellen
+ duidelijk rol innemen als voorzitter
+ de voorzitter brengt de discussie terug naar de kern van het debat
- niet emotie de overhand te laten nemen
- als voorzitter te veel samenvatten
- te actief zijn als voorzitter, zowel lichamelijk; niet rondlopen
- de groep afgaan, waardoor mensen niet actief kunnen deelnemen in het op dat moment actuele debat
- een opmerking als "er is een onderzoek gedaan..." komt niet goed over als je geen bron vermeld.

Na deze toevoeging neig ik ernaar op de rollen binnen het debat apart te gaan zetten volgende week.

maandag, september 25, 2006

Week 2

Thema: hoe hou/breng je een debat op gang?


Reconsidering Political and Popular Understandings of the Digital Divide
Met het naderende, of reeds gearriveerde, informatietijdperk, zijn overheden ervan overtuigd dat door het inzetten van ICT bepaalde groepen binnen de samenleving uit hun sociale isolement gehaald kunnen worden. Nochtans is dit ideaal in de praktijk niet bereikt en is er een nieuw probleem ontstaan zoals Selwyn in zijn artikel “Reconsidering political and popular understandings of the digital divide” aangeeft: “However such ‘techno-enthusiasm’ has been tempered of late by concerns over the potentially divisive aspects of the information age. In particular, issues of inequalities of access to both technology and information have begun to prompt concern about emerging ‘digital divides’ between social groups.” Het begrip ‘digital divide’ wordt in het artikel van Selwyn op theoretisch vlak ter discussie gesteld.

De ‘digital divide’ kan de sociale verhouding van opname binnen de samenleving volgens regeringen gaan verminderen of verergeren. Dit maakt dat het begrip hand in hand gaat met de komst van de informatiemaatschappij.

De huidige opvatting over de ‘digital divide’ is echter niet concreet genoeg. Het begrip wordt als tweezijdig veronderstelt, wel of geen toegang, maar binnen deze toegang vindt er differentiatie plaats. Daarom moet er opnieuw nagedacht worden over de ‘digital divide’ door middel van de volgende vragen:

- wat wordt er bedoeld met ICT;
- wat wordt er bedoeld met ‘access’;
- wat is de relatie tussen toegang hebben tot ICT en het gebruik ervan;
- wat zijn de gevolgen van de verbintenis met ICT.

ICT wordt door Selwyn gezien als een overkoepelende term voor hardware, software, distributiesystemen, etc. Maar het best kan er gekeken worden naar de inhoud van deze ICT om hierover iets te kunnen zeggen met betrekking tot de ‘digital divide’. Verder bestaan er binnen het begrip ‘access’ verschillende typen. Of men heeft wel of geen toegang tot de ICT, binnen deze toegang bestaat er een verdeling van verschillende gradaties.
Als er wordt gekeken naar de relatie tussen het gebruik en de toegang van en tot ICT is het van belang op te merken dat toegang niet gelijk staat aan het gebruik ervan. Het is dan ook beter om te kijken naar de relatie die mensen hebben met betrekking tot de ICT en hoe ze deze een plaats geven in hun dagelijkse leven. Daarbij moet er op grond van de verbintenis met ICT gekeken worden naar welke mogelijkheden deze biedt om binnen maatschappij te functioneren of op welke manier de ICT juist een barrière creëert.

Met dit artikel wil Selwyn nieuwe inzichten verwerven en de discussie over de ‘digital divide’ weer op gang brengen en in stand houden. De ‘digital divide’ is volgens hem dan ook niet alleen een technologisch probleem, maar ook een sociaal economisch, cultureel en politiek probleem.


Stellingen naar aanleiding van het artikel
- De ‘digital divide’ draait om de manier waarop mensen gebruik maken van ICT.
- Door de ‘digital divide’ hebben mensen een nieuwe manier om zich van elkaar te onderscheiden.
- Regeringen moeten zich niet bemoeien met de ‘digital divide’ omdat effectieve rol kan spelen binnen het fenomeen.


Excursie 19-09-2006
Deze week vond de enige excursie van de cursus plaats. Bestemming: De Waag te Amsterdam. In een presentatie zette Henk van Zeijts uiteen waar De Waag zich op het gebied van nieuwe media mee bezig houdt. Zelf is hij binnen de instelling programmamanager onderwijs. De Waag houdt zich als instelling welgeteld binnen vier domeinen bezig: de zorg, de samenleving, de kunst en cultuur en het onderwijs. Binnen deze domeinen hebben ze unieke projecten lopen, vaak op experimentele wijze gebruik makend van nieuwe media. Kort door de bocht zijn een aantal voorbeelden: een systeem om bij ouderen hun diepere herinneringen op te roepen en ze deze te laten delen met anderen, een intellectueel eigendommen deelsysteem dat tegenwicht moet bieden aan het copyright, het visualiseren van een stadskaart door middel van GPS en PDA en de mogelijkheid bieden aan middelbare scholieren om te experimenteren met een audiovisuele performance.

Tijdens de presentatie kon over de op dat moment behandelde onderwerpen vragen worden gesteld. Voor deze vragen was er op het eind van de gehele presentatie, welke was ingekort door tijdgebrek, ook nog tijd ingeruimd. Echter waren toen alle vragen al gesteld en was het jammer te concluderen dat de presentatie wel iets langer had kunnen duren. De projecten van De Waag hadden naar mijn idee een overvloed aan kunstzinnige insteek. Men probeerde vanuit deze insteek een praktisch probleem op te lossen. Echter zorgt dit ervoor dat de projecten maar op een kleine schaal gemaakt en gebruikt zullen gaan worden tot op heden. De maatschappelijke waarde ervan wordt daarmee niet altijd gezocht binnen het grotere geheel, maar binnen de situatie en dat zou je toch niet altijd verwachten van een door de overheid gesubsidieerde instelling.

Werkcollege 21-09-2006
Het werkcollege van week twee was opgesplitst in twee delen. In de eerste helft werd er één op één gediscussieerd en in de tweede helft mocht de eerste groep zijn voorbereid debat voeren.
Tijdens de één op één discussie werd er samen een stelling bepaald, waarop de één voor was en de ander tegen. Beide personen hadden even de tijd om zich voor te bereiden. Het was hierna tijd om drie minuten lang de stelling te verdedigen, waarna de ander deze kon aanvallen. Na in totaal zes minuten werd de discussie opengegooid en kon het debat beginnen. In het debat met Rutger Smoorburg vielen me een aantal dingen op. Hij schreef netjes op met welke punten ik de stelling verdedigde en noemde deze in zijn drie minuten punt voor punt op, terwijl hij mij samenvatte en per punt van mijn ongelijk probeerde te overtuigen. Ik nam automatisch dit gedrag over en op deze manier kon ik hem weer aanvechten op de punten die ik genoteerd had. Het samenvatten van de ander is een sterk punt en op deze manier, zo werd ook door Thomas Poell gesteld, kan je een draai geven aan wat de ander gezegd heeft, waardoor deze samenvatting in je voordeel uitvalt. Ook was een conclusie na dit debat dat het toegeven van het gelijk van een ander een positief punt is, maar hoewel je hem gelijk geeft kun je hem nog op bepaalde haken en ogen wijzen.

In het tweede gedeelte kwam de eerste groep aan de beurt. Zij hadden besloten eerst een stelling binnen hun groep, verdeelt in twee partijen, te bediscussiëren, om daarna ook de rest van de medestudenten toe te laten. Een voorzitter zou dit proces leiden. Wat opviel aan de debatten van de groep was de rol van de voorzitter en de kwaliteit van de stellingen. De stellingen waren mijn inziens niet helder, waardoor de discussie die daarop volgde naar mijn mening meer over de stellingen zelf had kunnen gaan. Uit de rol van de voorzitter hebben we als groep een aantal plus- en minpunten gehaald die ik hier beneden in mijn ‘ground rules’ zal verwerken.

Ground Rules
Presentatie:
+ een open houding
+ duidelijke stelling
+ duidelijk spreken
+ kort maar krachtig zijn; bondig
+ zelfverzekerde houding
- vage argumentatie
- veel gebruiken van ‘euh’
- neerslaan ogen Debatteren:
+ goede houding
+ twee partijen met een ander standpunt ten opzichte van de stelling
+ kennis van zaken
+ luisteren naar elkaar
+ de aanwezigheid van een neutrale partij die de discussie leidt
- niet ingaan op wat de andere gezegd heeft
- niet emotie de overhand te laten nemen